tekst geschiedenis der fotografie
.......
......
galerijen:
.....
f
Deel 1: de eerste 100 jaar.
De geschiedenis van de fotografie is begonnen bij Niepce Nicephore. Deze Fransman slaagde erin, in 1826, een opname te maken na gedurende 8 uur een met bitumen bestreken zinken plaat aan de zon te hebben blootgesteld. Er had zich een beeld gevormd dat niet reproduceerbaar was. Maar de fotografie was geboren.
Niepce noemde het ‘heliografie’ = tekening door het zonlicht. In deze periode ontmoette Daguerre Niepce en samen vormden ze een enthousiast team. Niepce overlijdt kort daarna en Daguerre werkt het nieuwe principe verder uit en noemt de verbeterde versie ‘Daguerrotypes’. In 1839 wordt het nieuwe procédé wereldkundig gemaakt.
"Vanaf nu is de schilderkunst ten dode opgeschreven" was toen de mening van velen.
De meest bekende opname van Daguerre is de ‘Boulevard du Temple’ (Paris). Niet zozeer omwille van de boulevard zelf, dan wel omdat het allicht de allereerste foto is waarop een mens (zonder dat die het wist notabene) op voorkomt: de argeloze wandelaar was bij een schoenpoetser blijven staan voor een babbeltje. Dit liep blijkbaar wat uit zodat beide op de foto staan. Alle andere passanten waren te snel weg; een opname duurde toen nog uren!
Ongeveer gelijktijdig met, maar onafhankelijk van Daguerre, richtte William Henri Fox Talbot zich tot de Royal Society of London (31.01.1839) met een tekst over het vastleggen van beelden op papier. Een uitvinding die hij Calotype noemde. De oudst bekende vastlegging van een beeld op papier bij middel van een camera (een negatief beeld), dateert uit 1835. Een heel klein beeld (2,53 cm2) van een venster van zijn huis.
Daguerrotypes, Calotypes, Heliografie ... veel verschillende namen voor een techniek in ontwikkeling.
Van John Hershel komt de benaming 'photography'. Letterlijk 'schrijven met licht'. Afgeleid van de Griekse woorden voor licht en schrijven. (1839)
De techniek verbeterde sterk. De tweestrijd met de schilderkunst bleef bestaan. Artistieke fotografie was nog niet aanvaard. Het is de verdienste van Atget, de fotografie als kunst te laten aanvaarden.
Fotografie bleek een uitermate nuttig instrument voor wetenschappelijk onderzoek. Zaken die snel verlopen kunnen, door met meerdere camera’s bijna gelijktijdig opnames te maken, in beeld gebracht worden. Dit heeft het onderzoek, naar hoe mens en dier bewegen, fenomenaal vooruitgeholpen. Een pionier in de ontwikkeling van de fotografie van bewegende voorwerpen is Muybridge. Baanbrekend werk is verricht door Marey die in 1870 positief antwoord kon geven op de vraag die men zich al lang stelde: ‘is er een moment waarop een paard-in-galop met geen enkele hoef nog de grond raakt?’
Van bijzondere betekenis voor de verdere verspreiding van de fotografie is de uitvinding van gelatine en de ingeniositeit van dr. Richard Maddox (1871) die dit als alternatief van de grote zware glazen platen introduceerde. Hiermee was het 'droge' procédé geboren. Daardoor was het aanzienlijk makkelijker geworden foto's te nemen op verplaatsing.
De vooruitgang versnelde met de uitvinding van celluloid. John Carbutt zag de mogelijkheden om dit materiaal te gebruiken als drager voor fotosensitief materiaal. De stap naar de fotofilm was gezet. George Eastman introduceerde deze in 1884. En in 1888 zijn beroemde 'box-camera'. Een mijlpaal in de geschiedenis van de fotografie.
Het ligt voor de hand dat documentaristische fotografie al snel de kop opsteekt.
Maar voor echte reportage-fotografie moest nog een hele weg afgelegd worden. De
apparatuur moest kleiner en lichter worden en makkelijker hanteerbaar.
Zo zijn we in het begin van de 20ste eeuw aanbeland waar Leica (Leitz Camera), een makkelijk te hanteren en gebruiken kleinbeeldcamera met filmstrookjes op de markt bracht.
Henri Cartier Bresson, door velen aanzien als ’s werelds grootste fotograaf, artistiek en documentaristisch, heeft prachtig werk opgeleverd met de nieuwe Leica.
Vanaf toen heeft, mede door invloed van Kodak, de fotografie stapsgewijze zijn intrede gedaan in de huiskamer. Dure en moeilijke toestellen, het stond chique om die te hebben en er mee te kunnen werken.
Verrassend is ook een
opname van Jacques Henri Lartigues uit 1912 (Grand Prix de France)
waarop een aspect der ‘relativiteit’ zoals door Einstein gedefinieerd
voor iedereen zichtbaar werd gemaakt: bij los van elkaar bewegende systemen is
gelijktijdigheid zelf relatief. M.a.w. ‘gelijktijdig’ optredende gebeurtenissen
worden door de verschillende systemen als niet gelijktijdig waargenomen.
De verdere evolutie kennen we; alles is recent in een stroomversnelling gekomen
met de doorbraak van de digitale fotografie.
Voor een bijzonder goede en meer omvangrijke benadering: http://www.rleggat.com/photohistory/
Mark Bessemans.